Bergeend | Voedsel | Voortplanting | Habitat | 1 | Bekijk hier de gedetailleerde informatie

De bergeend (Tadorna tadorna) is een halfgans, een eendachtige watervogel die qua formaat tussen een gans en een eend in zit.

Foto’s Nikon P900 of P1000, Maasvlakte

 

Bergeend

Kenmerken van een bergeend

De bergeend is een forse gansachtige eend van 58 - 67 cm groot. Het is een kleurrijke eend met een opvallend wit-groen-bruin kleurenpatroon. Een zwarte staartpunt en zwarte vleugelpunten en een zwarte kop met een rode snavel. Het bergeendmannetje heeft een knobbel op zijn snavel en het vrouwtje heeft dat niet.

bergeend vrouw

bergeend vrouw

bergeend man

bergeend man

Levenswijze

Voedsel

Eet gondelend ( zwaait met zijn snavel heen en weer), zeeft daarmee kreeftjes, wieren en waterslakjes uit de modder. Foerageert soms ook op akkers.

Voortplanting

Nestelt in een holte in de grond zoals oude konijnenholen, onder begroeiing zoals bramen e.d., maar ook in oude gebouwen en soms in bomen. Er wordt maar 1 broedsel gelegd tussen februari en augustus met ongeveer 8 - 10 eieren.

Zang / geluid

Bergeenden maken een gansachtig agk-agk geluid

Habitat

Bergeenden leven voornamelijk langs de kust en in grind- en zandafgravingen.

Voorkomen in Nederland.

De bergeend is in Nederland een vrij talrijke broedvogel, die gedeeltelijk wegtrekt, doortrekt maar ook wintergast is in een groot aantal. De Noordwest-Europese populatie van de bergeend omvat ongeveer 100.000 vogels. Ze verzamelen zich voor het grootste deel in de Duitse Bocht (Grosser Knechtsand) om de slagpennen te ruien. Vanaf begin juli nemen de aantallen daar snel toe; tussen 20 juli en 20 augustus is het maximumaantal dieren op de ruiplaats aanwezig. Dan ziet men op de pleisterplaatsen in het nederlandse wadden- en Deltagebied maar heel weinig bergeenden

Meer eenden en ganzen en zwanen KLIK HIER |